| |
|
 |
| Josephus Jodocus
Moerenhout (1801-1874) De Renbaan van Scheveningen (Coll.
Wikimedia.org) |
De Belgische schilder Josephus Jodocus Moerenhout
schilderde in 1846 ook de nieuwe renbaan van Scheveningen. In zijn blikveld naar
het dorp Scheveningen stond de molen: "De Vriendschap". Rechts tegen de
rand van het schilderij, de tent van de hoofdtribune. De in Engelse stijl geschilderde
slanke paarden van Moerenhout staan op de renbaan en worden gereed gemaakt voor de
start van de race. In de verte is de Oude Kerk van Scheveningen te zien en de koepel
van Seinpostduin. Onder het baldekijn met de 4 vlaggen erop, zit waarschijnlijk de
koninklijke familie. Het lijkt wel of Moerenhout een duizenden-koppige menigte toeschouwer
op het duin heeft geschilderd.
Molen "De
Vriendschap
Rechts de molen: "De Vriendschap" in beeld gebracht dooor een onbekende
schilder. Op het schilderij zijn in de verte het Paviljoen Von Wied en het Stedlijk
Badhuis te zien. Het schilderij is in het bezit van Muzee Schevningen. De molen was
van het type: Stellingmolen en functioneerde als korenmolen. (Coll. Muzee, Scheveningen)
Geschiedenis
van molen de Vriendschap vanaf 1837
In 1837 wordt door de Rotterdamse meestertimmerman en molenmaker Roelof van Schaick
deze molen gebouwd. De molen werd het eerst bemalen door B. Pronk in oktober 1837.
De korenmolenaar Frank Burgersdijk koopt de molen en verkrijgt daarop van Roelof
van Schaik in december 1837 een hypotheek van Fl 14.000,00. Frank woont met vrouw
en vijf kinderen in de molen. Vermoedelijk kan Burgersdijk in 1854 niet meer aan
zijn verplichtingen voldoen want de molen wordt publiekelijk geveild. Op 28 maart
besloot de Gemeenteraad tot aankoop van de molen over te gaan en deze publiekelijk
te verhuren. Op 16 april 1855 wordt de molen aan molenaar C.H.B. Korver verhuurd,
voor de tijd van 6 jaar tegen fl 830,00 per jaar. Molenaar Korver heeft het malen
niet volgehouden, want al in 1856 vraagt hij de Gemeente Raad om van zijn verplichtingen
ontheven te worden. Toestemming wordt hem in 1857 door B&W verleend, waarna de
molen ondershands wordt verhuurd aan H. van Duijne. De molen heeft bestaan tot 1861,
in welk jaar hij bij een brand verloren ging.
De molen
brand af in 1861
In het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage van donderdag 17-1-1861 stond een
flink artikel over deze brand. De brand brak uit om half negen 's-avonds en zette
de molen in korte tijd in lichterlaaie. Ondanks de inzet van de brandweer, militaire
brandweer, politie, schutterij en omwonenden kon alleen de paardenstal en de hooischelf
behouden worden. Afgezien van bevroren handen en oren van enkele brandblussers waren
er geen persoonlijke ongelukken. Het gezin, man, vrouw en negen kinderen kon in veiligheid
gebracht worden. Ook Koning Willem III was bij de brand aanwezig en schonk naderhand
aan de berooide molenaar van Duijne een bedrag van fl 200,00. Een veiling om de restanten
van de molen te verkopen vormde op 22 januari 1861 het definitieve einde van de molen
'De Vriendschap' op Scheveningen.
Openbare
verkoping van afbraak
Men zal op Dinsdag, den 22 januari 1861 des voormiddags ten elf ure, nabij de Renbaan
te Scheveningen, ten overstaan van den Deurwaarder A.L.Wieckert, publiek á
contant verkoopen, de Afbraak van den aldaar afgebranden Molen, De Vriendschap bestaande
in het ondergedeelte van den Molen, de Stal, een gemetselde 4 roeds Hooiberg, een
IJzeren Molenas (ongeschonden), eenig IJzerwerk; Hout en meer: alles aldaar te zien
daags te voren van 10 tot 4 ure.'
De vermoedelijke oorzaak van de brand zou geweest kunnen zijn, dat er een paar vonken
uit de schoorsteen op het rieten dak terecht gekomen zijn, die daar vlam hebben gevat.
de tekst is een samenvatting van de door de heer H.Nieuwenhuis samengestelde publicatie.
Hij heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de molen. |
| |
|
XVIII. DE RENBAAN TE SCHEVENINGEN.
Uit: Geschiedenis van Scheveningen door J.C. Vermaas
Scheveningen heeft in 1846 en volgende jaren in de onmiddellijke nabijheid van het
dorp ook zijn wedrennen gehad. De "Sociëteit tot aanmoediging der verbetering
van het Paardenras in Nederland" een vereeniging' in dien tijd opgericht, had
de onderneming op touw gezet, daarbij gesteund door de leden van het Vorstelijk huis,
door het Stedelijk bestuur en vele aanzienlijken uit den lande.
Voor renbaan had men gekozen het terrein, hierachter aangeduid en met behulp van
die schetsteekening is het nu nog gemakkeliik na te gaan. waar de baan was aangelegd.
Men zal tevergeefs zoeken naar het Kanaal; dat kanaal reikte toen nog niet tot Scheveningen.
De eerste wedren werd gehouden 3 Augustus 1846. Aan verschillende bronnen ontleenen
wij het volgende.
Reeds vroeg in den morgen van dien dag stroomde een aanzienlijke menigte naar Scheveningen
om getuige te zijn van deze "nieuwigheld", welke uit Engeland en Frankrijk
tot ons was gekomen. De renbaan leverde al spoedig een eigenaardig schouwspel. Aan
alle zijden waren tribunes en tenten opgeslagen. In het midden en rondom de baan,
wemelde het van equipages, ruiters en voetgangers. Heel de duinenrij in den omtrek
was met menschen als bezaaid.
Van stadswege
waren er drie tribunes opgeslagen, waarvan een voor de Koninklijke familie. Ook het
terrein bij den molen van Burgersdijk, genaamd "de Vriendschap" gaf een
goed kijkje. Op den Gromweg (thans Neptunusstraat) waren stellages getimmerd, waar
men voor eenige centen een goede plaats had. In het midden van het renperk had Switsar,
de pachter van het Badhuis een ververschingstent opgeslagen en de Haagsche restaurateur
Van der Pijl was er ook.
Na aankomst van den Koning (Willem II), den prins en de prinses van Oranje (later
Willem III en Sophie), en prins Alexander met gevolg, begon de wedstrijd.
De jury bestond uit Jhr. A. L. van Heteren Gevers, voorzitter, Jhr. W. F. Tindal,
J. H. baron van Zuylen van Nyevelt van de Schaffelaar, Jhr. Deutz van Assendelft,
W. P. van Lennep, Jhr. H. Verhuell en H. P. van Heukelom.
De voshengst Urbano van prins Alexander won den eersten prijs door de stad 's-Gravenhage
uitgeloofd en legde de baan af in 3 min. 36 sec. Ook bij de volgende rennen wonnen
paarden van den prins, vooral Generaal, vosruin, en Tonny, een Engelsche volbloed
voshengst.
Prins Alexander, die later in 1848 te Madera overleed, woonde na afloop het banket
in het Badhuis bij, waar 's avonds de grenadierskapel speelde; op Zeerust lieten
de lanciers zich hooren. Het Paviljoen was geîllumineerd en door den prins
van Oranje, werd daarin een danspartij gegeven. Ook in het Badhuis was bal.
Geheel Scheveningen vierde mede feest op den dag en ook 's avonds. Aan de badplaats
hebben de wedrennen toen buiten onze grenzen een niet geringe bekendheid verleend,
welke op het latere vreemdelingenbezoek een gunstigen invloed heeft uitgeoefend.
Een paar jaren later, den 12den Juli 1848 vonden de jaarliJksche wedrennen te Scheveningen
reeds veel meer belangstelling dan in 1846 wat op te maken is uit het volgende programma,
uitgeschreven door het Stedelijke bestuur van 's-Gravenhage.
- Wedren voor paarden, van alle
landen, rassen en ouderdom; prijs É500.- aangeboden door de Stad 's-Gravenhage.
- Drie premiën, elk van É100.-,
aangeboden door de provincie Zuid-Holland, voor de beste inlandsche merries met haar
veulens. De veulens getrokken uit de volbioed hengsten der Koninklijke stoeterij
te Borkulo.
- Wedren; prijs É500.-, aangeboden
door prins Frederik der Nederlanden.
- Heeren-wedren (Poule).
- Ingespannen paarden; prijs É300.-
van de "Sociëteit tot aanmoediging der verbetering van het Paardenras in
Nederland."
- Wedren van inlandsche driejarige
paarden; prijs É1200.- gegeven door den Koning.
- Harddraverij op de oude wijze;
prijs É 300.-, aangeboden door de Provincie Zuid-Holland.
- Boeren-rit; prijs een stuk zilverwerk,
aangeboden door de Stad 's-Gravenhage.
- Wedren van tweejarige paarden;
prijs É400.- gegeven door den Prins van Oranje.
Na afloop van de rennen werd de
baan beschikbaar gesteld voor hardloopen of harddraverijen om onderlinge weddenschappen
(matches), mits na goedkeuring der jury.
Denzelfden dag werden ook volksvermakelijkheden gegeven bij het Badhuis.
Daar was het programma:
- Mât de Cocagne. Prijzen:
twee hammen, twee stukken rookvleesch, twee zijden spek, twee kinnebakshammen, vier
saucises de Boulogne.
- Wedloop van Scheveningsche meisjes.
Eerste prijs een zilveren hoofdijzer met gouden stukken, spelden en muts; tweede
prijs, een paar gouden oorbellen.
- Mât de cocagne. Zilveren
prijzen: twee sigarenkokers; twee tabaksdoozen, twee snuifdoozen, twee horloges,
twee horlogekettingen met cachetten, enz.
- Wedloop van vrouwen in zakken.
Eerste prijs: een koralen halsketting met gouden slot, tweede prijs, een paar gouden
oorbellen. Het Dagblad van 's-Gravenhage van 14 Juli schreef: Ontelbaar was wederom
de menigte, welke zoowel te voet en te paard als in rijtuigen gezeten of in tribunes
geplaatst, zich daar vereenigd had, om van het feest getuigen te zijn, dat door Z.
K. H. prins Frederik werd bijgewoond.
De omnibus en diligence-onderneming
van de firma Koens, vervoerde ruim 3000 personen.
Maar de wedrennen te Scheveningen hadden toen het toppunt van hun glorie bereikt.
In 1853 werd door de Sociëteit hier boven genoemd nog een wedstrijd uitgeschreven
voor den 26n Juli; doch het geheele programma bevatte niet meer dan drie hoofdnummers:
1° een wedren, 2 een harddraverij, en 3 een Pat of Poule. Voor het eerste en
derde nummer waren ieder slechts vijf paarden ingeschreven, hoewel voor den wedren
prins Frederik É1200.- had uitgeloofd, Voor het tweede nummer: de harddraverij was
geen voldoend aantal deelnemers.
En zoo gingen de Scheveningsche wedrennen te niet en van de renbaan zelf was na eenige
jaren weinig meer te bespeuren. De naam Renbaanstraat alleen brengt ons nog in herinnering,
dat er weleer te Scheveningen gerend is.
|
| |
| Josephus Judocus Moerenhout was een
Belgisch schilder van strandgezichten en landschappen, veelal met paarden gestoffeerd.
Hij kreeg zijn opleiding in Antwerpen van H. van der Poorten en in Parijs van de
destijds bekende schilder van historiestukken en militaire voorstellingen Horace
Vernet. In 1824 en tussen 1831 en 1853 woonde hij in Den Haag. In die periode stoffeerde
hij ook werk van Andreas Schelfhout en Louis Meijer. Musea: o.a. Rijks- en Stedelijk
Museum in Amsterdam en Haags Gemeentemuseum. |
| |
| Bronnen: |
| Renbaan te Scheveningen |
| Molen de Vriendschap van een onbekende
schilder |
|
|
|